ECLI:NL:RVS:2020:2686
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten ondanks bezwaren leefbaarheid
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in acht onzelfstandige woonruimten, nadat eerdere besluiten en bezwaren waren behandeld. [Appellant], wonende nabij de betreffende locatie, stelde dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat het college voldoende had gemotiveerd waarom de omzetting de leefbaarheid van de buurt niet onevenredig aantast.
De Raad van State overwoog dat het college de aanvraag had getoetst aan de beleidsregels en de leefbaarheidstoets uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016, en dat het college concreet had gemotiveerd waarom de omzetting geen onevenredige negatieve effecten op de leefbaarheid heeft. De stellingen van appellant dat de toename van onzelfstandige woonruimten de leefbaarheid onaanvaardbaar schaadt, waren onvoldoende onderbouwd.
Ook het argument dat de weigering van de omgevingsvergunning voor dezelfde locatie aanleiding zou moeten zijn om de omzettingsvergunning te weigeren, werd verworpen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de leefbaarheidstoets binnen het omgevingsrecht niet zonder meer op de omzettingsvergunning kan worden toegepast.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden vonnis van de rechtbank Amsterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor omzetting van zelfstandige woonruimte in acht onzelfstandige woonruimten wordt bevestigd.