ECLI:NL:RVS:2020:1624
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling passende termijn en dwangsom bij uitblijven besluit verblijfsvergunning asiel
Vreemdelingen hadden bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en legde een termijn van twee weken op voor het nemen van het besluit, met een dwangsom per ouder.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen sprake achtte van een bijzonder geval waardoor een langere termijn gerechtvaardigd is. De Afdeling bevestigde dat het 8+8-wekenmodel passend is: acht weken voor het eerste gehoor en acht weken daarna voor het besluit.
Verder oordeelde de Afdeling dat de dwangsom niet per ouder, maar gezamenlijk voor de vreemdelingen moet worden vastgesteld, gezien de inhoudelijke samenhang van de aanvragen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en vervangen door een termijn van zestien weken en een gezamenlijke dwangsom van €1.442,00 met een maximale dagdwangsom van €100,00 tot €15.000,00.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 15 juli 2020.
Uitkomst: De termijn voor het nemen van een besluit op de asielaanvragen wordt vastgesteld op zestien weken met een gezamenlijke dwangsom voor de vreemdelingen.