ECLI:NL:RVS:2019:984
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake uitzetting
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 13 december 2016 geweigerd om ambtshalve te bepalen dat de uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of uitzetting in strijd zou zijn met artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vanwege de psychische problematiek van de vreemdeling en de noodzaak van medische behandeling. Het Bureau Medische Advisering (BMA) had geadviseerd dat de benodigde medicatie in Guinee beschikbaar is, al dan niet met alternatieven.
De staatssecretaris voerde aan dat de vreemdeling onvoldoende had aangetoond dat de alternatieve medicatie niet adequaat is en dat hij ook niet had aangetoond wat de kosten zijn van de noodzakelijke behandeling in Guinee. De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling inderdaad niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege ontoegankelijkheid van behandeling. Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.