ECLI:NL:RBDHA:2023:21437
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van verstrek wegens onvoldoende bewijs onbeschikbaarheid noodzakelijke medische zorg in Nigeria
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw met diverse medische aandoeningen waaronder hypertensie en intracraniële hypertensie, verzocht om uitstel van verstrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd afgewezen door verweerder, die zich baseerde op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). Volgens dit advies is de noodzakelijke medische zorg beschikbaar in Nigeria, en eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze zorg voor haar niet toegankelijk is.
Eiseres voerde aan dat de medische behandeling niet beschikbaar of toegankelijk is, onder meer door verwijzing naar rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International en een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank oordeelde echter dat deze verklaringen niet specifiek op eiseres van toepassing zijn en onvoldoende bewijs bieden voor onbeschikbaarheid of ontoegankelijkheid van de benodigde zorg.
De rechtbank benadrukte dat eiseres niet heeft aangetoond wat de kosten van de behandeling zijn, noch dat zij om financiële redenen geen toegang heeft tot de zorg. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de reisafstand tussen zorginstellingen in Nigeria een belemmering vormt. Het beroep op schending van de hoorplicht werd eveneens verworpen omdat het horen niet noodzakelijk was gezien de gronden van het bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van connexiteit. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van ontoegankelijkheid of onbeschikbaarheid van noodzakelijke medische zorg in Nigeria.