ECLI:NL:RVS:2019:906
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld; proceskostenvergoeding toegewezen wegens gebrek in ophouding
Bij besluit van 1 februari 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen gebrek had vastgesteld in de ophouding van de vreemdeling, omdat het proces-verbaal niet duidelijk maakte of artikel 50, tweede of derde lid van de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing was. Dit gebrek was echter niet ernstig genoeg om de bewaring onrechtmatig te verklaren.
Wel was de Raad van State van oordeel dat de staatssecretaris ten onrechte niet was veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had moeten maken. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat de proceskosten betrof vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van €1.536,00 aan proceskosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.536,00.