ECLI:NL:RVS:2007:BB5817
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Schijndel en afwijzing schadevergoeding
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Schijndel om vergoeding van schade veroorzaakt door een last onder dwangsom uit 2004. Het college verklaarde het bezwaar tegen niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk en weigerde te beslissen op het verzoek om schadevergoeding, omdat dit privaatrechtelijk zou zijn. Na bezwaar en beroep besloot het college uiteindelijk inhoudelijk op het bezwaar en verklaarde het ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het gericht was tegen een primair besluit en verwees het beroepschrift terug naar het college. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte had geweigerd te beslissen op het verzoek om schadevergoeding en dat de rechtbank het latere inhoudelijke besluit had moeten betrekken.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en het vonnis van de rechtbank, wees het verzoek om schadevergoeding af omdat de proceskosten en griffierecht via de bestuursrechter vergoed moeten worden, en veroordeelde het college tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant. Hiermee werd het verzoek om schadevergoeding alsnog afgewezen, maar met een kostenveroordeling ten gunste van appellant.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, maar het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.