ECLI:NL:RVS:2019:4105
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt hoger beroep toegewezen wegens onjuiste beoordeling asielaanvraag transgender in Suriname
De vreemdeling, van Surinaamse afkomst en transgender, had een asielaanvraag ingediend op grond van vervolging in Suriname. De staatssecretaris wees deze aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht haar geloofwaardigheid en het vervolgingsgevaar had beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde verklaringen over het schietincident niet werden meegewogen, terwijl andere wel werden aangenomen. Tevens had de rechtbank de door de vreemdeling ondervonden ernstige problemen in Suriname niet adequaat getoetst aan de criteria van artikel 3.36 VV 2000, die daden van vervolging definiëren.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling, waarbij ook de rol van een manifestatie tegen de vreemdeling door een adviseur van de Surinaamse president betrokken moet worden. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.