Uitspraak
Datum uitspraak: 21 november 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het zoeken en verrichten van arbeid, met een geldigheidsduur tot oktober 2015. Na het zoekjaar kreeg hij verschillende arbeidscontracten, waaronder een nul-urenovereenkomst en een parttime dienstverband. De staatssecretaris weigerde de verlenging van zijn verblijfsvergunning omdat de vreemdeling niet voldeed aan het criterium van zelfstandig en duurzaam voldoende bestaansmiddelen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep, maar de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad overwoog dat het beleid dat gold ten tijde van het zoekjaar en de daaropvolgende regelgeving, waaronder het associatierecht (Besluit nr. 1/80), verbiedt dat strengere voorwaarden worden gesteld dan die op 1 december 1980 golden.
De Raad stelde vast dat de staatssecretaris ten onrechte het duurzaamheidsvereiste van de middelen heeft toegepast, waardoor een verboden nieuwe beperking is ingevoerd. Ook ontbrak een deugdelijke motivering en rechtvaardiging van deze beperking. Het besluit van 12 februari 2019 werd daarom vernietigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot weigering van verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens een verboden nieuwe beperking onder het associatierecht.