ECLI:NL:RVS:2019:3763
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing aanwijzing administratie gastouderbureau Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht gaf op 1 juni 2017 een aanwijzing aan een gastouderbureau om de administratie op orde te brengen na een inspectie waarbij tekortkomingen werden vastgesteld. Het gastouderbureau betwistte deze aanwijzing en stelde bezwaar in. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het college, omdat het college onzorgvuldig had gehandeld en de motivering van het besluit op bezwaar onvoldoende was.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht het advies van de toezichthouder als doorslaggevend beschouwde, maar dat het onderzoek en de communicatie met het gastouderbureau niet zorgvuldig waren verlopen. De toezichthouder had onvoldoende rekening gehouden met de zienswijze van het gastouderbureau en had geen aanvullend onderzoek verricht naar de door het bureau aangeleverde gegevens.
De Afdeling bevestigde dat het college onzorgvuldig had gehandeld in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb en dat het besluit op bezwaar niet deugdelijk was gemotiveerd in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en kreeg de opdracht een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.