ECLI:NL:RVS:2019:3750
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Sevenster
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken na ontslag
Appellant was sinds 1978 werkzaam bij de gemeente Nederweert en werd in 2009 ontslagen wegens ernstig en duurzaam verstoorde verhoudingen. Na het onherroepelijk vaststaan van het ontslag heeft appellant vanaf 2012 maar liefst 96 Wob-verzoeken ingediend, gericht op informatie over zijn ontslag en de arbeidsrelatie.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat appellant met zijn Wob-verzoeken feitelijk zijn ontslag opnieuw wilde aanvechten, wat niet het doel van de Wob is. Ook gebruikte hij de verzoeken om reacties te verkrijgen op brieven waarop geen antwoord kwam, en legde hij een grote administratieve last op de gemeente.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak. Zij overweegt dat het indienen van zoveel verzoeken met hetzelfde doel, ondanks eerdere afwijzingen en onherroepelijke uitspraken, geen redelijk doel dient en blijk geeft van kwade trouw. De Wob is niet bedoeld om procedures te heropenen of om reacties te forceren. De belasting die appellant op het openbaar bestuur legt is buitensporig en onredelijk.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van Wob-verzoeken.