ECLI:NL:RVS:2018:2716
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep op Wob-verzoeken wegens ontbreken openbaarmakingsverzoek
Appellant diende 28 verzoeken in bij de burgemeester van Den Haag, aangeduid als verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Hij voelde zich onheus behandeld en wilde via deze verzoeken antwoorden verkrijgen. De burgemeester en ambtenaren hadden eerder aangegeven niet meer inhoudelijk te zullen reageren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat de verzoeken geen Wob-verzoeken waren, maar verzoeken om antwoorden, uitleg of standpunten, waarop geen besluit genomen hoefde te worden. Appellant stelde dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had gedaan naar de aard van zijn verzoeken en verzocht de Raad van State de gemeente te verplichten schriftelijk te antwoorden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank voldoende onderzoek had verricht, ook ter zitting, en dat de verzoeken niet als Wob-verzoeken konden worden aangemerkt. De Wob is niet bedoeld voor vragen om uitleg of standpunten, ook niet als appellant die nodig acht voor het boven water halen van de waarheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.