ECLI:NL:RVS:2018:4256
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid Wob-beroepen wegens misbruik van recht
Appellant diende tientallen Wob-verzoeken in bij het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn, wat leidde tot een geschil over misbruik van recht. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk op grond van artikel 13 van Pro Boek 3 BW, omdat appellant zijn bevoegdheid tot het indienen van Wob-verzoeken gebruikte voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven, namelijk om het college te hinderen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze niet-ontvankelijkverklaring zijn rechten op toegang tot de rechter en vrije meningsuiting volgens het EVRM schond en dat er geen wettelijke grondslag was voor deze beperking. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 13 Boek Pro 3 BW wel degelijk een wettelijke grondslag biedt voor het niet-ontvankelijk verklaren van beroepen wegens misbruik van recht, ook in bestuursrechtelijke procedures.
De Afdeling stelde vast dat appellant inderdaad een groot aantal Wob-verzoeken had ingediend, met een omvangrijke belasting voor het college, en dat zijn intentie was om het college dwars te zitten. De Afdeling verwierp de bezwaren van appellant tegen de feiten en omstandigheden waarop de rechtbank haar oordeel baseerde.
Daarmee bevestigde de Afdeling de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de Wob-beroepen wegens misbruik van recht.