ECLI:NL:RVS:2019:2887
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- J. Kramer
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor verandering veehouderij wegens overschrijding geurnorm
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer weigerde op 18 juli 2017 een omgevingsvergunning voor het veranderen van een veehouderij aan een locatie te Overloon, omdat de gevraagde dierbezetting zou leiden tot een overschrijding van de geldende geurnorm volgens de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv).
De appellant had eerder een melding gedaan onder het Activiteitenbesluit milieubeheer voor een dierbezetting die binnen de toen geldende geurverordening viel, maar de latere aanvraag voor een vergunning betrof een hogere dierbezetting die de norm overschreed. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en het hoger beroep bij de Raad van State bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de melding onder het Activiteitenbesluit niet gelijkgesteld kan worden met een vergunning en dat de melding geen rechten verschaft. De geurbelasting moet worden beoordeeld op basis van de feitelijk en rechtmatig aanwezige dieren, niet op basis van de gemelde maar niet gehouden dieren. Het betoog van appellant dat het college onterecht de melding buiten beschouwing liet en een ongerechtvaardigd onderscheid maakte, faalde.
De uitspraak bevestigt dat artikel 3, vierde lid, Wgv niet van toepassing is op gemelde dierbezettingen zonder vergunning en dat de geurbelasting bij vergunningverlening moet worden getoetst aan de feitelijke situatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.