ECLI:NL:RVS:2019:2663
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep asielaanvraag na Dublin-overdracht
De staatssecretaris heeft op 20 maart 2019 besloten de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige dochter, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de grieven over de opvang in Italië na overdracht krachtens de Dublinverordening gegrond zijn en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens toetste de Afdeling het oorspronkelijke besluit van 20 maart 2019 aan de ingebrachte beroepsgronden.
De vreemdeling stelde dat zij en haar dochter psychische en medische problemen hebben die in Italië niet adequaat worden behandeld. De staatssecretaris stelde dat zij zich tot de Italiaanse autoriteiten kan wenden en dat de medische zorg in Italië vergelijkbaar is met Nederland. De Afdeling vond dat de vreemdeling deze problemen onvoldoende had onderbouwd en dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op haar standpunt kon stellen.
Daarom verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij de proceskostenveroordeling af. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling bij die rechtbank werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.