ECLI:NL:RBDHA:2020:3057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens Dublinverordening en situatie Italië
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname bij Italië ingediend, waarop geen tijdige reactie kwam, waardoor Italië verantwoordelijk bleef.
Eiser verzocht de behandeling van het beroep aan te houden vanwege de impact van het coronavirus op opvangvoorzieningen en asielprocedures in Italië. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat de situatie in Italië hierdoor onder druk stond en feitelijke overdrachten niet plaatsvinden zolang Italië niet accepteert.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Italië, onder verwijzing naar interim measures van het EHRM en een rapport van SFH/OSAR. De rechtbank volgde dit niet, omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder had geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië in het algemeen geldt. Het rapport bevestigde eerder bekende problemen, maar bood geen nieuwe feiten die het vertrouwensbeginsel ondermijnen.
Verder faalde het beroep op de interim measures van het EHRM omdat eiser zijn kwetsbaarheid onvoldoende had onderbouwd. Ook ontbraken bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Italië onredelijk zouden maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.