ECLI:NL:RVS:2019:2072
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige afvalligheid islam
De vreemdeling uit Iran verzocht om een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op haar afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom. De staatssecretaris wees dit verzoek af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van haar afvalligheid. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris zijn motivering onvoldoende had onderbouwd.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de motivering onvoldoende was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende inzicht had gegeven in het persoonlijke proces en de diepgewortelde overtuiging achter haar afvalligheid, mede gelet op de maatschappelijke en strafrechtelijke consequenties in Iran.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen inhoudelijke gronden aanvoerde. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, waarna de Afdeling het oorspronkelijke besluit van de staatssecretaris in stand liet.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.