Uitspraak
Datum uitspraak: 26 juni 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Het Metropole Orkest vroeg een vierjaarlijkse subsidie aan voor 2017-2020, waarbij de minister een lager bedrag toekende dan gevraagd. De Kunstenbond en medewerkers van het orkest maakten bezwaar, maar de minister verklaarde deze niet-ontvankelijk omdat zij geen direct belang zouden hebben.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, stellende dat het belang van de medewerkers afgeleid is van het orkest en dat geen rechtstreeks en onlosmakelijk verband bestaat tussen het subsidiebesluit en hun arbeidsovereenkomsten. De Kunstenbond ging in hoger beroep en stelde dat het besluit wel degelijk gevolgen heeft voor het fundamentele recht op arbeid van de medewerkers.
De Raad van State oordeelt dat er een reële mogelijkheid bestaat dat de medewerkers door het subsidiebesluit worden geraakt in hun arbeidsrechtelijke belangen, gezien het grote aandeel personeelskosten in de begroting en het verband met tijdelijke contracten. Daarom moet de Kunstenbond als belanghebbende worden aangemerkt. Het eerdere besluit tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen, waarbij de Kunstenbond beroep kan instellen.
De Raad van State wijst tevens het griffierecht toe aan de Kunstenbond en bepaalt dat het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling kan worden aangevochten.
Uitkomst: De Kunstenbond wordt als belanghebbende erkend en het bezwaar tegen het subsidiebesluit wordt gegrond verklaard.