ECLI:NL:RVS:2013:847
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling belanghebbende bij weigering bijschrijving leidinggevende op Drank- en Horecawet vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder weigerde het verzoek van appellant om bijschrijving als leidinggevende op een Drank- en Horecawet vergunning. Appellant werd door het college niet als belanghebbende erkend en zijn bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Alkmaar bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat hij wel rechtstreeks in zijn belang werd geraakt, omdat de weigering tot bijschrijving leidde tot ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst en verlies van inkomen. Hij voerde aan dat hij materieel de meest betrokken partij is en dat de toegang tot de bestuursrechter onterecht werd beperkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant aannemelijk had gemaakt dat er concreet zicht op een arbeidsovereenkomst bestond en dat hij daardoor een voldoende eigen belang had om als belanghebbende te worden aangemerkt.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het besluit van het college van 23 december 2011 vernietigd en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant. Hiermee werd de toegang tot de bestuursrechter voor appellant hersteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bezwaar ontvankelijk en gegrond, en het besluit van het college vernietigd.