ECLI:NL:RVS:2019:1949
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag naar nihil wegens ontbreken geldige overeenkomsten en onvoldoende bewijs kosten
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 van appellant herzien naar nihil omdat hij niet tijdig de gevraagde betalingsbewijzen en geldige schriftelijke overeenkomsten met gastouderbureaus kon overleggen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij wel degelijk gastouderopvang had afgenomen en kosten had betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de overgelegde overeenkomsten niet voldeden aan de wettelijke vereisten, onder meer door het ontbreken van handtekeningen van de gastouderbureaus en essentiële gegevens zoals het aantal opvanguren en prijs per uur. Ook kon appellant niet aantonen dat hij de volledige kosten had voldaan, ondanks enkele bankbetalingen.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat hij niet verplicht was nieuwe feiten aan te voeren, dat de overeenkomsten wel rechtsgeldig waren, en dat de eigen bijdrage ook in natura kon zijn voldaan. De Afdeling verwierp deze argumenten, oordeelde dat artikel 21a Awir niet van toepassing is op voorschotten en bevestigde dat de Belastingdienst terecht het voorschot heeft herzien naar nihil. De Afdeling benadrukte dat de kosten daadwerkelijk door de ouder moeten zijn gedragen en dat onvoldoende bewijs daartoe leidt tot afwijzing van de toeslag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag naar nihil bevestigd.