ECLI:NL:RVS:2016:1850
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag 2008 en 2009 door Belastingdienst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 4 oktober 2012 de aan appellant toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 herzien en op nihil gesteld. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het bezwaar ongegrond verklaarde. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de Belastingdienst niet bevoegd was de voorschotten na de termijn van artikel 19 Awir Pro te herzien en dat de dienst een onderzoeksplicht vooraf had.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bevoegdheid tot herziening niet aan de termijnen van artikel 19 Awir Pro is gebonden, maar wel aan een termijn van vijf jaar na het toeslagjaar. De herzieningen in 2012 waren binnen deze termijn, waardoor de Belastingdienst bevoegd was. Verder is vastgesteld dat appellant niet heeft aangetoond dat hij de kosten van kinderopvang daadwerkelijk heeft betaald, zoals vereist op grond van artikel 7 Wko Pro en artikel 18 Awir Pro.
De Afdeling verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, omdat de voorwaarden voor toeslag uit de wet volgen en appellant tijdig om informatie is gevraagd. Het horen in bezwaar mocht achterwege blijven omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond over het ontbreken van aanspraak. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag voor 2008 en 2009 door de Belastingdienst is terecht bevestigd.