ECLI:NL:RVS:2019:1645
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar omgevingsvergunning winkelruimte Uden
Het college van burgemeester en wethouders van Uden verleende op 13 april 2017 een omgevingsvergunning aan [appellante sub 3] voor het bouwen van een winkelruimte en het aanleggen van een uitweg op een perceel in Uden. Tanzi Holding B.V., eigenaar van een nabijgelegen perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid.
Tanzi stelde in hoger beroep dat zij niet in verzuim was omdat zij pas op 23 oktober 2017 tijdens een gesprek met een wethouder op de hoogte werd gesteld van het feit dat de vergunning ook het bouwen van een supermarkt mogelijk maakte, wat niet uit de oorspronkelijke kennisgeving bleek. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Tanzi redelijkerwijs niet eerder op de hoogte kon zijn en dat haar bezwaar binnen de termijn van twee weken na kennisname was ingediend.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 23 januari 2018 waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en stelde het beroep van Tanzi alsnog ontvankelijk. De (incidentele) hoger beroepen van de andere partijen werden ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Tanzi.
Uitkomst: Het bezwaar van Tanzi tegen het besluit op de omgevingsvergunning wordt alsnog ontvankelijk verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd.