ECLI:NL:RVS:2019:157
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag omgevingsvergunning voor recreatief groepsverblijf in rijksmonument
Op 7 juni 2016 diende appellant een aanvraag in voor een omgevingsvergunning om het gebruik van een rijksmonument, een grote boerderij, te wijzigen van wonen naar verhuur als recreatief groepsverblijf. Het college bevestigde de ontvangst en gaf aan dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing was vanwege advies van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed. Vervolgens stelde het college de aanvraag op 7 september 2016 buiten behandeling wegens onvoldoende gegevens.
Appellant stelde het college in gebreke wegens het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning en startte beroep. De rechtbank oordeelde dat geen vergunning van rechtswege was verleend omdat de uitgebreide procedure van toepassing was en het college niet in gebreke was gebleven. Appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling oordeelt dat appellant alleen een vergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo heeft aangevraagd, waarop de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is. Het college heeft de beslistermijn met zes weken verlengd en tijdig besloten de aanvraag buiten behandeling te stellen. Hierdoor is geen vergunning van rechtswege verleend. Het betoog dat het besluit tot buitenbehandelingstelling geen vergunning van rechtswege verhindert, faalt.
Een nieuw betoog over een e-mail als bezwaar wordt niet in behandeling genomen omdat het niet eerder bij de rechtbank is aangevoerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college heeft tijdig besloten de aanvraag buiten behandeling te stellen, waardoor geen omgevingsvergunning van rechtswege is verleend.