ECLI:NL:RVS:2019:1216
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang voor verwijdering woonwagen op woonwagenerf
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal heeft aan appellanten een last onder bestuursdwang opgelegd om een woonwagen van circa 72 m² te verwijderen van een woonwagenerf waar slechts vier woonwagens zijn toegestaan volgens het bestemmingsplan. Eerder opgelegde dwangsommen bleken niet effectief, waarna het college overging tot bestuursdwang.
Appellanten stelden dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie en dat handhaving onevenredig was, mede vanwege gewekt vertrouwen en ongelijke behandeling. Zij verwezen naar nationaal beleid en rapporten die de woonwagencultuur ondersteunen. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden echter dat geen concreet zicht op legalisatie bestond, omdat geen ontwerpbestemmingsplan of afwijkingsvergunning ter inzage was gelegd.
De Afdeling overwoog dat het college bevoegd was tot handhaving en dat het belang van handhaving zwaarder woog dan de belangen van appellanten. De begunstigingstermijn was niet onredelijk kort en de keuze voor bestuursdwang in plaats van een nieuwe last onder dwangsom was voldoende gemotiveerd vanwege de noodzaak tot snelle sanering.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder bestuursdwang bevestigd.