ECLI:NL:RVS:2018:3470
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijdering woonwagen zonder vergunning op woonwagenkamp
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal legde [appellant A] en [appellante B] een last onder dwangsom op om een woonwagen te verwijderen die zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan op een woonwagenkamp stond. Na bezwaar en beroep verklaarden de rechtbank en vervolgens de Raad van State het handhavingsbesluit en het invorderingsbesluit van de dwangsom rechtsgeldig.
De appellanten stelden dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden, waaronder het ontbreken van medewerking aan een bestemmingsplanherziening, onevenredigheid van handhaving, schending van het gelijkheidsbeginsel, en het gewekte gerechtvaardigd vertrouwen. De Raad van State oordeelde dat er geen concreet zicht op legalisatie bestond, mede omdat de gemeenteraad niet wilde meewerken aan een herziening die meer woonwagens toestond.
Daarnaast werd geoordeeld dat het verlies van de woonwagen en uitkeringen het gevolg is van het risico van illegale plaatsing en geen bijzondere omstandigheid vormt. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat andere woonwagenparken binnen het bestemmingsplan werden heringericht. Ook was er geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen of strijd met het fair play-beginsel. Het invorderingsbesluit van de dwangsom werd eveneens bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit en invorderingsbesluit worden bevestigd.