ECLI:NL:RVS:2019:1161
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf in kader nareis echtgenoot
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen. De vreemdeling is gehuwd met een referent die in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank oordeelde dat het huwelijk rechtsgeldig is volgens artikel 10:31 BW Pro, omdat de shariarechtbank in Syrië de huwelijksdatum heeft vastgesteld en bekrachtigd.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat voor rechtsgeldigheid inschrijving in de Syrische burgerlijke stand vereist is en dat twijfel bestaat over het feitelijk gezinsleven. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het thematisch ambtsbericht en het BW de rechtsgeldigheid van het huwelijk erkennen vanaf de datum die de shariarechtbank heeft vastgesteld. De grief van de staatssecretaris faalt omdat onvoldoende is gemotiveerd dat de bekrachtiging niet authentiek is of dat het huwelijk niet rechtsgeldig is.
De Afdeling bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.