ECLI:NL:RVS:2019:1109
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek inzage politiegegevens wegens bescherming derden en politietaak
In deze zaak heeft appellante verzocht om inzage in politiegegevens die over haar zijn verwerkt. De korpschef heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels afgewezen, waarbij hij verwees naar de bescherming van de rechten van betrokkenen en derden en het belang van de goede uitvoering van de politietaak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 10 april 2019 het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Afdeling oordeelde dat alleen de mutatie van 21 juni 2017 in hoger beroep aan de orde was en dat de korpschef terecht bepaalde gegevens niet heeft verstrekt omdat deze betrekking hadden op derden of verbalisanten en niet op appellante zelf.
Verder overwoog de Afdeling dat het recht op inzage in politiegegevens, zoals geregeld in de Wet politiegegevens en het EVRM, niet absoluut is en beperkingen kent ter bescherming van derden en de politietaak. Ook het betoog dat het beginsel van equality of arms werd geschonden, werd verworpen omdat artikel 8:29 Awb Pro voldoende waarborgen biedt voor geheimhouding van stukken.
Ten slotte wees de Afdeling het betoog van appellante dat de korpschef gegevens achterhoudt of strafbare feiten buiten beeld houdt af wegens gebrek aan onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.