ECLI:NL:RVS:2018:687
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling kinderopvangtoeslag 2012 en 2013 wegens niet-betaling volledige kosten
Appellant maakte in 2012 en begin 2013 gebruik van gastouderopvang en ontving voorschotten op kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde het recht op toeslag voor deze jaren op nihil omdat appellant niet kon aantonen dat zij alle opvangkosten had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de dienst zich terecht op dit standpunt stelde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat betalingen in december 2011 betrekking hadden op 2012 en dat de Belastingdienst onterecht uitging van de jaaropgave in plaats van het plaatsingsoverzicht. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten omdat de betalingsspecificaties en jaaropgaven niet overeenkwamen met de stellingen van appellant.
De Afdeling bevestigde dat de Belastingdienst bevoegd was de toeslag binnen de wettelijke termijn vast te stellen en dat het verschil tussen betaalde en verschuldigde kosten niet als een afrondingsverschil kon worden aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.