ECLI:NL:RVS:2016:1734
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderopvangtoeslag over 2009 wegens onvoldoende bewijs kosten en overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2009, 2010 en 2011 herzien en op nihil gesteld. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep heeft de Raad van State het geschil beperkt tot het jaar 2009, omdat over 2010 en 2011 alsnog toeslag is toegekend en het hoger beroep daarvoor is ingetrokken.
De Raad van State oordeelt dat de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd was het voorschot over 2009 te herzien binnen de wettelijke termijn van vijf jaar na het toeslagjaar. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd dat hij de kosten van kinderopvang in 2009 volledig heeft betaald, ondanks een verzoek om bankafschriften. Ook ontbraken essentiële gegevens in de overeenkomst, waardoor geen geldige basis voor toeslag bestaat.
Verder faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, omdat de wettelijke eisen duidelijk zijn en niet door de toelichtingsbrochure kunnen worden beperkt. De terugvordering van het voorschot is wettelijk geregeld zonder ruimte voor belangenafweging. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, terwijl de Belastingdienst/Toeslagen wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderopvangtoeslag over 2009 bevestigd.