ECLI:NL:RVS:2018:390
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overtreding kamersgewijze bewoning zonder vergunning
De appellant verhuurde een woning kamersgewijs aan meer dan twee personen zonder vergunning, wat in strijd was met een opgelegde last onder dwangsom. Het college constateerde bij controles dat vier personen in de woning verbleven, wat de overtreding bevestigde.
De appellant voerde aan dat de verklaringen van de bewoners onbetrouwbaar waren vanwege taalbarrières en dat zij voldoende toezicht had gehouden. De Raad van State oordeelde dat de processen-verbaal, ondanks het ontbreken van een ambtseed, voldoende bewijskracht hadden en dat het college aannemelijk had gemaakt dat de overtreding plaatsvond.
Verder stelde de Raad dat de appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zij alles had gedaan wat redelijkerwijs van haar kon worden verlangd om naleving van de last te verzekeren. Het college mocht daarom terecht de dwangsom invorderen. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college terecht de dwangsom heeft ingevorderd wegens overtreding van de last onder dwangsom.