ECLI:NL:RVS:2016:407
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens onvergunde omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimtes
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant een boete van €7.500,- op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimtes. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze boete ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt, dat de overtreding hem niet kon worden verweten, en dat de boete gematigd moest worden.
De Raad van State overwoog dat appellant als eigenaar en verhuurder van het pand zich tot op zekere hoogte moet informeren over het gebruik van het verhuurde. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij concreet toezicht hield, ondanks eerdere constatering van onvergunde bewoning en een last onder dwangsom. Het feit dat hij de woning niet zonder toestemming kon betreden, ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid.
De verklaringen van huurders waren tegenstrijdig, maar appellant erkende zelf dat hij de huur van een huurder ontving. De Raad van State oordeelde dat appellant niet kon ontkomen aan de verantwoordelijkheid en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die matiging van de boete rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €7.500,- wegens onvergunde omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimtes wordt bevestigd.