ECLI:NL:RVS:2016:1480
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer na snelheidsovertreding
Het CBR legde appellant op 24 juli 2014 een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) op naar aanleiding van een snelheidsovertreding op 3 mei 2014, waarbij appellant met een motor 167 km/u reed op een weg met een maximumsnelheid van 100 km/u. De politie stelde dit vast met een trajectmeting en herkende appellant als bestuurder aan zijn oogopslag en postuur. Appellant voerde aan dat hij de motor die dag had uitgeleend aan een vriend, maar weigerde die persoon te noemen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het CBR-besluit ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het proces-verbaal van de politie, hoewel niet op ambtseed opgemaakt, voldoende bewijskracht heeft. De verklaringen van appellant, zijn moeder en vriend zijn onvoldoende om twijfel te zaaien over de vaststelling dat appellant de bestuurder was.
De Raad van State concludeert dat het CBR terecht de EMG heeft opgelegd en dat het hoger beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot oplegging van de Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer en verklaart het hoger beroep ongegrond.