ECLI:NL:RVS:2018:2910
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wijziging persoonsgegevens in BRP wegens onvoldoende onderzoek echtheid documenten
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (BRP). Het college wees dit verzoek af omdat niet onomstotelijk kon worden vastgesteld dat de overgelegde documenten haar persoonsgegevens betreffen. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, stellende dat de documenten onvoldoende zekerheid boden en dat het identificatieproces onduidelijk was.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij onvoldoende bewijs had geleverd. Zij overhandigde een Chinese identiteitskaart en een rapport van een gezichtsvergelijkend onderzoek, waaruit bleek dat de pasfoto's op de documenten en haar Nederlandse verblijfsdocument overeenkomen. De Afdeling oordeelde dat het college de identiteitskaart onvoldoende had onderzocht, in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de wijziging van persoonsgegevens in de BRP wordt vernietigd.