ECLI:NL:RVS:2018:2833
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens onttrekking woning aan bewoning in strijd met Huisvestingswet 2014
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellanten een boete op van €13.500 wegens het in strijd met artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014 onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning. Appellanten voerden aan dat het onderzoek onterecht was gestart en dat de woning niet onttrokken was omdat appellant A er permanent woonde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
Het onderzoek was gebaseerd op een melding van woonfraude en administratief onderzoek waaruit bleek dat niemand in de basisregistratie personen op het adres stond ingeschreven. De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was het onderzoek te starten en dat het ontbreken van inschrijving in de BRP een zelfstandige voorwaarde is voor het vergunningstelsel voor vakantieverhuur.
De aanwijzing van de woning als woonruimtevoorraad is onderbouwd met rapporten over schaarste op de woningmarkt in Amsterdam en het belang van leefbaarheid. De Raad van State wijst het beroep af omdat de boete terecht is opgelegd, de overtreding ernstig is en appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat appellant A permanent in de woning woonde.
De Raad van State bevestigt dat het vergunningstelsel en de aanwijzing van woningen in de woonruimtevoorraad niet in strijd zijn met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De boete wordt niet gematigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden of verminderde verwijtbaarheid.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €13.500 wegens onttrekking van de woning aan de bestemming tot bewoning zonder vergunning.