ECLI:NL:RVS:2015:3155
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Kramer
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning in Amsterdam
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid legde op 26 november 2013 een bestuurlijke boete van €12.000,- op aan appellant wegens het onttrekken van een woning aan de woonruimtevoorraad zonder vergunning, door deze te verhuren aan toeristen. Het college handhaafde deze boete bij besluit van 19 juni 2014 en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 14 januari 2015.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de woning niet feitelijk onttrokken was omdat deze nog beschikbaar was voor de woningmarkt en dat er sprake was van een beleidslijn waarbij geen boete werd opgelegd bij eenmalige onttrekking zonder vergunning. De Raad van State oordeelde dat het gebruik door toeristen betekende dat de woning niet geschikt was voor duurzame bewoning en dat een vergunning vereist was. Het beroep op gelijke gevallen faalde omdat appellant geen concrete vergelijkbare gevallen had aangevoerd.
Verder werd geoordeeld dat appellant geen aannemelijk zicht op legalisering had omdat hij geen vergunning had aangevraagd en het rapport waarop appellant zich baseerde geen beleidsregel vormde. Ook was geen sprake van verminderde verwijtbaarheid, aangezien appellant professioneel verhuurde en op de hoogte had moeten zijn van de regelgeving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000,- wegens onttrekking van woonruimte zonder vergunning.