ECLI:NL:RVS:2018:2787
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in softdrugs volgens Damoclesbeleid
De burgemeester van Maastricht heeft bij besluit van 15 april 2016 de sluiting gelast van een woning voor drie maanden wegens de aanwezigheid van 117 gram hennep, bestemd voor handel. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door de rechtbank Limburg. De appellant stelde dat de sluiting onrechtmatig was omdat de drugs alleen werden bewaard en niet verkocht in de woning, en dat het Damoclesbeleid de bevoegdheid van de burgemeester onredelijk beperkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 13b van de Opiumwet de burgemeester bevoegd was tot sluiting omdat de hoeveelheid drugs de toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik ruimschoots overschreed en bestemd was voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het Damoclesbeleid is niet onredelijk en laat ruimte voor beoordeling bij geringe overschrijding.
Verder concludeerde de Afdeling dat de sluiting niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro (recht op privéleven) omdat de maatregel wettelijk is voorzien, noodzakelijk is ter voorkoming van strafbare feiten en proportioneel is toegepast. Ook is de sluiting geen strafrechtelijke sanctie (criminal charge) in de zin van artikel 6 EVRM Pro, maar een bestuursrechtelijke maatregel gericht op bestuursdwang en het voorkomen van herhaling.
De Afdeling verwierp de overige bezwaren, waaronder het beroep op medische omstandigheden en mogelijke gevolgen voor de huurovereenkomst. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; sluiting woning voor drie maanden bevestigd.