ECLI:NL:RVS:2018:2440
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering wapenverlof wegens lidmaatschap schietvereniging zonder KNSA-lidmaatschap
Appellant vroeg op 12 januari 2015 een wapenverlof aan en gaf aan lid te zijn van schietvereniging De Bunker. De korpschef weigerde het verlof omdat De Bunker geen lid is van de KNSA en niet gecertificeerd is, wat volgens hem een risico voor de openbare orde en veiligheid vormde. De staatssecretaris vernietigde dit besluit, maar weigerde het verlof opnieuw vanwege het niet naleven van veiligheidsvoorschriften door de vereniging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het lidmaatschap van De Bunker twijfel over de betrouwbaarheid wekte en dat geringe twijfel voldoende is om een verlof te weigeren. Appellant stelde dat dit zijn recht op vrijheid van vereniging schond en dat de vrees voor misbruik onvoldoende concreet was.
De Afdeling oordeelde dat de beperking van het recht op vrijheid van vereniging wettelijk was voorzien en noodzakelijk in het belang van de openbare veiligheid. Echter, de staatssecretaris had onvoldoende bewijs geleverd dat De Bunker zich niet aan essentiële veiligheidsvoorschriften hield. Hierdoor werd het besluit van 21 april 2016 vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van het wapenverlof wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de vrees voor misbruik.