ECLI:NL:RVS:2013:2557
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking wapenverlof wegens onrechtmatige beleidsregel KNSA-lidmaatschap
De korpschef van de regiopolitie Gelderland-Midden trok op 22 augustus 2011 het wapenverlof van appellant in, omdat hij niet langer lid was van een bij de KNSA aangesloten schietvereniging en niet beschikte over een geldige KNSA-licentie. De staatssecretaris verklaarde het beroep van appellant hiertegen ongegrond en de rechtbank Arnhem bevestigde dit oordeel. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de in de Circulaire Wapens en Munitie 2012 gestelde eisen om lid te zijn van een bij de KNSA aangesloten schietvereniging en een geldige KNSA-licentie te hebben, niet terug te voeren zijn op de Wet wapens en munitie (Wwm) en daarmee buitenwettelijke beleidsregels vormen. Deze eisen overschrijden de grenzen van een redelijke wetsuitleg en zijn daarmee niet rechtsgeldig als grondslag voor intrekking van het wapenverlof.
Verder oordeelde de Afdeling dat deze eisen een beperking vormen van het recht op vrijheid van vereniging zoals neergelegd in artikel 11 EVRM Pro, die niet bij wet is voorzien en dus onrechtmatig is. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de korpschef en het besluit van de staatssecretaris en verklaarde het beroep van appellant gegrond.
Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding kende de Afdeling een vergoeding toe voor de kosten van bewaring van twee wapens, maar wees het verzoek om vergoeding van waardevermindering, extra opslagkosten en immateriële schade af. Daarnaast veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het wapenverlof van appellant wordt hersteld en de intrekkingsbesluiten worden vernietigd wegens onrechtmatige beleidsregels.