ECLI:NL:RVS:2018:2400
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Den Haag heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning voor drie maanden gesloten wegens handel in drugs. De sluiting volgde op een rapportage van de politie waarin werd vastgesteld dat de woning gedurende langere tijd veelvuldig werd bezocht door bekende drugsgebruikers en dat drugs werden verhandeld, hoewel niet altijd drugs zelf waren aangetroffen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant tegen de sluiting ongegrond, waarbij werd overwogen dat de bevoegdheid tot sluiting ook geldt als drugs worden verkocht of verstrekt, ook zonder directe vondst van drugs. De appellant stelde dat de burgemeester alleen mocht sluiten indien daadwerkelijk drugs waren aangetroffen, en dat de verklaringen onbetrouwbaar waren.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester bevoegd is om te sluiten op basis van aannemelijkheid van drugshandel, ook zonder aantreffen van drugs, en dat de verklaringen in het dossier betrouwbaar en consistent zijn. Ook de belangenafweging waarbij de ernst van de situatie en overlast zwaarder wegen dan het belang van de appellant om in de woning te blijven, werd bevestigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woning bevestigd.