ECLI:NL:RBDHA:2020:4752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel en overlast op grond van Opiumwet artikel 13b
Verweerder heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten een woning te sluiten vanwege vermoedelijke structurele drugshandel en overlast voor omwonenden. Eiser, de bewoner, betwistte dit besluit en stelde dat er slechts sprake was van eigen gebruik van softdrugs, waarvoor sluiting niet gerechtvaardigd is.
De rechtbank overweegt dat sluiting op grond van artikel 13b alleen gerechtvaardigd is bij aantoonbare handel in hoeveelheden die de toegestane gebruikershoeveelheid overschrijden. Omdat er geen drugs of attributen voor productie of handel zijn aangetroffen, maar slechts gebruiksvoorwerpen, is de sluiting niet gerechtvaardigd op basis van eigen gebruik alleen.
Eiser voerde verder aan dat hij tijdens een deel van de periode gedetineerd was en dat hij geen toestemming gaf aan derden om de woning te gebruiken. Ook is er geen strafrechtelijk onderzoek ingesteld tegen hem of bezoekers. De rechtbank volgt de eerdere voorlopige uitspraak en het bestreden besluit waarin deze argumenten zijn weerlegd.
De rechtbank concludeert dat de gronden van eiser onvoldoende zijn om het besluit te vernietigen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning wordt ongegrond verklaard en het besluit tot sluiting wordt bevestigd.