ECLI:NL:RVS:2018:2362
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen besluit afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft een aanvraag van een vreemdeling uit Indonesië om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke toegankelijkheid van noodzakelijke medische behandeling en medicatie in Indonesië.
De Afdeling stelt vast dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat de noodzakelijke medische zorg in Indonesië voor hem feitelijk niet toegankelijk is, mede omdat hij onvoldoende bewijs heeft geleverd over de kosten van behandeling en medicatie. Ook is niet gebleken dat de vreemdeling niet in staat is om woonruimte te zoeken nabij de medische voorzieningen of dat de aanwezigheid van zijn zus een voorwaarde is voor het slagen van de behandeling.
Gelet op deze feiten en het arrest Paposhvili van het EHRM, ligt de bewijslast bij de vreemdeling om aan te tonen dat uitzetting een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalt dat deze rechtsgevolgen geheel in stand blijven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod blijven geheel in stand.