ECLI:NL:RBDHA:2018:12611
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier medische behandeling wegens Keniaanse nationaliteit
Eiser heeft op 26 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier op grond van medische behandeling en verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat eiser de Keniaanse nationaliteit bezit en in Kenia medische behandeling kan ondergaan.
Eiser betwistte zijn Keniaanse nationaliteit met een brief van de Keniaanse ambassade, maar de rechtbank vond de onderbouwing onvoldoende en stelde vast dat de vingerafdrukken van eiser overeenkomen met die van een Keniaanse staatsburger. De medische adviezen van Bureau Medische Advisering (BMA) bevestigden dat eiser kan reizen en dat de noodzakelijke behandeling voor epilepsie en hiv beschikbaar is in Kenia, met name in het Coast Provincial General Hospital in Mombassa.
Eiser voerde aan dat de zorg in Kenia ontoereikend is en dat hij de medicatie niet kan betalen, maar de rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook de psychische klachten van eiser werden betrokken in de advisering en vormden geen reden om het beroep toe te wijzen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het beroep ongegrond heeft verklaard en wees het beroep af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning medische behandeling wordt ongegrond verklaard.