ECLI:NL:RVS:2018:2319
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen dubbele bewoning en bewoning bijgebouw in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Soest legde [appellante] een last onder dwangsom op om de dubbele bewoning van het woongebouw aan de [locatie 1]/[locatie 2] en de bewoning van het bijgebouw aan de [locatie 3] te staken, omdat deze in strijd zijn met het bestemmingsplan. [appellante] voerde aan dat deze bewoning beschermd zou zijn door het overgangsrecht, omdat deze reeds bestond op de peildatum van 16 april 1991 en sindsdien ononderbroken zou zijn voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat [appellante] onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de dubbele bewoning op de peildatum bestond en ononderbroken is voortgezet. Voor het bijgebouw was wel aannemelijk dat bewoning op de peildatum bestond, maar niet dat deze ononderbroken is voortgezet. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze conclusies. Het college had terecht geen zicht op legalisering van het gebruik en was bevoegd handhavend op te treden. De door [appellante] aangevoerde verklaringen en bewijsstukken waren onvoldoende concreet en strookten niet met de gemeentelijke basisadministratie. De Afdeling oordeelde dat het overgangsrecht niet van toepassing is en dat het college niet onrechtmatig heeft gehandeld door handhaving toe te passen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.