ECLI:NL:RVS:2018:2123
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- R.J.J.M. Pans
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant verzocht de minister van Justitie en Veiligheid om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een rechterlijke procedure, waarbij het Hof Arnhem-Leeuwarden had vastgesteld dat de termijn was overschreden. De minister en de Raad voor de rechtspraak wezen het verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen deze besluiten, omdat het verzoek om schadevergoeding als een verkapt hoger beroep werd gezien.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was en dat de minister verplicht was tijdig te beslissen op het bezwaar. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld en dat het bezwaar tegen het besluit van de minister wel ontvankelijk was. Echter, de Afdeling overwoog dat het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn geen bestuursrechtelijk besluit oplevert waartegen bezwaar en beroep mogelijk is, omdat het Hof geen bestuursorgaan is.
Daarom verklaarde de Afdeling het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister. Tevens werd vastgesteld dat geen dwangsommen waren verbeurd wegens niet tijdig beslissen. De Afdeling besloot zelf in de zaak te voorzien en de procedurekosten niet toe te wijzen.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.