ECLI:NL:RVS:2018:209
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit stillegging grondverzet in archeologisch onderzoeksgebied
Het college van burgemeester en wethouders van Hoogezand-Sappemeer legde op 26 maart 2015 een bevel tot stillegging op voor het graven van een sloot en het uitvlakken van een zandkop op percelen te Hoogezand, met een last onder dwangsom. Het college handhaafde dit besluit ondanks bezwaar en beroep van [appellante sub 1]. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de stillegging betrof. Zowel [appellante sub 1] als het college stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden wegens overtreding van artikel 16 van Pro de Erfgoedverordening, omdat zonder vergunning de bodem dieper dan 40 cm was verstoord in een archeologisch onderzoeksgebied. De stillegging was echter niet rechtsgeldig opgelegd op grond van artikel 5.17 Wabo, omdat dit artikel alleen ziet op bouwen, gebruiken of slopen van bouwwerken. Ook was geen sprake van een spoedeisende situatie die bestuursdwang zonder besluit rechtvaardigde volgens artikel 5:31 Awb Pro.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit tot stillegging van de werkzaamheden, maar liet de last onder dwangsom in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep van het college faalde voor zover het betoogde dat de omgevingsvergunning het handhavend optreden beëindigde. Het incidenteel hoger beroep van [appellante sub 1] werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot stillegging van de werkzaamheden wordt vernietigd, maar de last onder dwangsom blijft in stand.