Uitspraak
200704764/1), dient de beslissing om met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb van horen af te zien, te worden genomen op grond van hetgeen in het bezwaarschrift is gesteld. Hetgeen [appellant] in het bezwaarschrift naar voren heeft gebracht rechtvaardigde niet de conclusie dat reeds aanstonds bleek dat zijn bezwaren ongegrond waren en redelijkerwijs geen twijfel over die conclusie mogelijk was. Het besluit van 15 mei 2007 is derhalve in strijd met artikel 7:2 van Pro de Awb tot stand gekomen. De rechtbank is hier ten onrechte aan voorbijgegaan. De aangevallen uitspraak en dat besluit komen reeds hierom voor vernietiging in aanmerking. In verband met de vraag of toepassing kan worden gegeven aan artikel 8:72, derde lid, van de Awb, zal de Afdeling overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van het geschil.