ECLI:NL:RVS:2017:3568
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schriftelijke weigering besluit op bezwaar en oplegging dwangsom door Raad van State
Het geschil betreft een omgevingsvergunning voor kamerverhuur van een woning te Oosterhout. Het college verleende in 2013 een vergunning voor maximaal zes personen. Na diverse procedures vernietigde de rechtbank een besluit van het college en werd bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit niet in stand bleven. Het college moest opnieuw op het bezwaar van appellant beslissen, maar stelde dit uit.
Appellant stelde het college in mei 2016 in gebreke vanwege het uitblijven van een nieuw besluit. Het college reageerde met een brief die door de rechtbank werd aangemerkt als een schriftelijke weigering een besluit te nemen. Appellant diende daarop te laat beroep in, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de brief van het college informatief was en verwarring kon veroorzaken over het karakter ervan. Daarom acht de Afdeling de termijnoverschrijding verschoonbaar en verklaart het hoger beroep gegrond. De schriftelijke weigering wordt vernietigd en het college wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit op bezwaar te nemen, onder dreiging van een dwangsom van €100 per dag, maximaal €15.000.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. De uitspraak benadrukt de verplichting van bestuursorganen om tijdig te beslissen op bezwaarschriften en de rechtsbescherming van belanghebbenden bij het niet tijdig nemen van besluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de schriftelijke weigering wordt vernietigd en het college wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen onder dreiging van een dwangsom.