ECLI:NL:RVS:2017:3474
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag en kindgebonden budget wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellant, afkomstig uit Nigeria, had in de periode van 1 januari 2014 tot 1 september 2015 geen rechtmatig verblijf in Nederland. De Belastingdienst/Toeslagen weigerde daarom huurtoeslag, kindgebonden budget en zorgtoeslag toe te kennen over deze periode.
De rechtbank Amsterdam verklaarde eerder de beroepen van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de weigering in strijd was met het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid en internationale verdragsbepalingen, mede vanwege haar humanitaire verblijfsvergunning die echter niet met terugwerkende kracht was verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het koppelingsbeginsel, dat verstrekkingen koppelt aan rechtmatig verblijf, een legitiem doel dient en dat de weigering proportioneel is. De humanitaire verblijfsvergunning zonder terugwerkende kracht vormt geen zeer bijzondere omstandigheid die een uitzondering rechtvaardigt. Ook het beroep op internationale verdragen, waaronder het EVRM en het IVRK, faalt. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toeslagen wegens ontbreken rechtmatig verblijf bevestigd.