ECLI:NL:RVS:2014:565
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- A. Hammerstein
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toeslagen wegens niet-rechtmatig verblijf ondanks beroep op EVRM
De Belastingdienst/Toeslagen had de voorschotten zorgtoeslag, huurtoeslag en het kindgebonden budget van appellant voor 2012 herzien en grotendeels op nihil gesteld vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf sinds 24 januari 2012. Appellant, van Chinese nationaliteit met in Nederland geboren kinderen, stelde dat deze weigering in strijd was met het recht op privé- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) en het discriminatieverbod (artikel 14 EVRM Pro).
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het koppelingsbeginsel, dat het recht op toeslagen koppelt aan rechtmatig verblijf, een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt. Zij stelde dat het ontbreken van zeer bijzondere omstandigheden, zoals bedoeld in het EVRM, de weigering rechtvaardigt.
De Afdeling verwierp het betoog van appellant dat de kwetsbaarheid van het gezin en de ondersteuning door gemeente en Bureau Jeugdzorg tot een uitzondering moesten leiden. Ook het argument dat het gezin Nederland niet kon verlaten, bood geen grond voor het buiten toepassing laten van de wettelijke bepalingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toeslagen bevestigd.