ECLI:NL:RBDHA:2023:10008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op kindgebonden budget wegens ontbreken recht op kinderbijslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het voorschot kindgebonden budget over 2021 op nihil te stellen en het teveel betaalde bedrag van €4.684 terug te vorderen. De rechtbank stelt vast dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft gemeld dat eiseres geen recht had op kinderbijslag in 2021, een voorwaarde voor het recht op kindgebonden budget volgens de Wet op het kindgebonden budget.
Eiseres voerde aan dat zij op grond van de Vreemdelingenwet rechtmatig verblijf had en dat het kindgebonden budget ten onrechte was stopgezet. Ook beriep zij zich op artikel 3 van Pro het Internationale Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) en stelde zij dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waren geschonden. De rechtbank oordeelt dat het recht op kindgebonden budget gekoppeld is aan het recht op kinderbijslag en dat het bestuursorgaan gebonden is aan de beoordeling van de SVB.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor het kindgebonden budget. Het beroep op het IVRK faalt omdat dit geen directe rechtskracht heeft en de belangen van de kinderen voldoende zijn meegewogen. Ook is geen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur vastgesteld. De terugvordering is proportioneel en er zijn geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen. De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt eiseres niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van het kindgebonden budget wordt ongegrond verklaard.