ECLI:NL:RVS:2017:3113
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- R.J.J.M. Pans
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering exploitatie- en drank- en horecawetvergunning op grond van Wet bibob wegens ernstig vermoeden van criminele herkomst vermogen
Bij besluit van 26 oktober 2015 weigerde de burgemeester van Den Haag de aanvraag van [appellante] voor een exploitatie- en drank- en horecawetvergunning op grond van de Wet bibob. De burgemeester baseerde zich op een advies van het Bureau bibob en een strafvonnis tegen de erflater van [bestuurder A], waarin sprake was van ernstige vermoedens van niet-ambtelijke omkoping en belastingontduiking, waardoor een groot financieel voordeel was behaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestuursorgaan in redelijkheid mocht uitgaan van het strafvonnis ondanks de vernietiging door het Hof wegens het overlijden van de erflater, omdat het Hof niet inhoudelijk op de zaak had beslist. Het vermogen dat [bestuurder A] uit de nalatenschap ontving, werd als besmet vermogen aangemerkt dat mede voor de exploitatie van [appellante] wordt gebruikt.
De Afdeling oordeelde dat de burgemeester terecht een ernstig vermoeden aannam dat de vergunningen mede zouden worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen. De weigering van de vergunningen was evenredig en rechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van de vergunningen wegens ernstig vermoeden van gebruik van crimineel vermogen.